ECLI:NL:RVS:2019:3147
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- A.W.M. Bijloos
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de gedragslijn staatssecretaris bij nareisaanvragen pleegkinderen Eritrese nationaliteit
De zaak betreft het hoger beroep tegen de afwijzing van een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor drie minderjarige Eritrese vreemdelingen die nareis wensen bij hun gestelde tante en pleegmoeder, de referent. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat de vreemdelingen niet aannemelijk maakten dat de referent het ouderlijk gezag uitoefent en dat hun biologische ouders niet meer voor hen kunnen zorgen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdelingen ongegrond en dat van de referent niet-ontvankelijk.
De Afdeling bestuursrechtspraak onderzocht of de nieuwe gedragslijn die de staatssecretaris hanteert bij nareiszaken, zoals vastgelegd in de Vreemdelingencirculaire 2000, in overeenstemming is met het arrest van het Hof van Justitie van 13 maart 2019. Deze gedragslijn biedt ruimte voor het overleggen van onofficiële documenten en het aannemelijk maken van bewijsnood, zonder dat de vreemdeling zich hoeft te wenden tot de Eritrese autoriteiten. De Afdeling concludeert dat de gedragslijn in algemene zin voldoet aan de eisen van het Hof, mits de staatssecretaris in individuele gevallen alle relevante elementen zorgvuldig betrekt.
De vreemdelingen voerden aan dat de rechtbank ten onrechte alleen het juridische aspect beoordeelde en onvoldoende rekening hield met de feitelijke pleegsituatie en medische omstandigheden van hun biologische moeder. De Afdeling oordeelt dat de rechtbank terecht de authenticiteit van de voogdijverklaring en affidavit betwijfelde en dat de medische klachten onvoldoende aannemelijk maken dat de biologische ouders niet voor hen kunnen zorgen. De grieven falen en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Het hoger beroep van de referent wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat zij geen inhoudelijke gronden aanvoert tegen de uitspraak van de rechtbank. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af. De uitspraak bevat een uitgebreide analyse van het wettelijk kader, de gedragslijn en de jurisprudentie van het Hof van Justitie, met nadruk op de samenwerkingsplicht, beoordelingsmarge en het belang van een individuele en evenwichtige beoordeling in nareiszaken.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdelingen wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de mvv-aanvraag bevestigd.