ECLI:NL:RBDHA:2021:9011
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Pakistaanse man wegens onvoldoende authenticiteit documenten
Eiser, een Pakistaanse man, diende een opvolgende asielaanvraag in nadat zijn eerdere aanvraag was afgewezen en onherroepelijk was verklaard. Ter onderbouwing overhandigde hij diverse documenten waarvan de authenticiteit door Bureau Documenten slechts deels kon worden bevestigd. De overige documenten konden niet worden beoordeeld wegens gebrek aan betrouwbaar vergelijkingsmateriaal.
De staatssecretaris verklaarde de aanvraag niet-ontvankelijk omdat eiser niet slaagde in de bewijslevering omtrent de authenticiteit van de documenten en onvoldoende inzicht gaf in de herkomst ervan. Eiser voerde aan dat hij door angst niet eerder de documenten kon overleggen en dat de Bahaddar-exceptie toegepast had moeten worden, maar de rechtbank verwierp deze argumenten.
De rechtbank oordeelde dat eiser tegenstrijdige en vage verklaringen gaf over de verkrijging van de documenten en dat de samenwerkingsverplichting van de staatssecretaris was nageleefd. Er waren geen nieuwe feiten of bijzondere omstandigheden die een andere beoordeling rechtvaardigden. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.