ECLI:NL:RVS:2022:592
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet-ontvankelijkheid verblijfsvergunning asiel en terugwijzing voor nieuw onderzoek
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde bij besluit van 18 december 2020 de asielaanvraag van de vreemdeling niet-ontvankelijk. De rechtbank Den Haag verklaarde het daarop ingestelde beroep ongegrond. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelt dat de staatssecretaris ten onrechte heeft aangenomen dat de vreemdeling de authenticiteit van bepaalde overgelegde documenten moest aantonen. Op basis van het arrest van het Hof van Justitie van de EU moet de beslissingsautoriteit ook documenten meenemen waarvan de authenticiteit niet vaststaat of die geen objectief verifieerbare bron hebben. Dit onderzoek heeft de staatssecretaris nagelaten.
Daarom wordt het hoger beroep gegrond verklaard, het besluit van 18 december 2020 vernietigd en terugverwezen voor een nieuw onderzoek. De Afdeling wijst erop dat de staatssecretaris in de vorige procedure geloofwaardig achtte dat de vreemdeling christen is en dat hij tot een risicogroep in Pakistan behoort. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €1.518,00.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor een nieuw onderzoek waarbij ook twijfelachtige documenten worden betrokken.