Verzoekster klaagde over geluid- en lichthinder, privacyinbreuk en intimidatie door padelbanen waarvoor een omgevingsvergunning was verleend. Na een verzoek om handhaving wees het college dit af op basis van rapporten van de Omgevingsdienst Haaglanden die geen overtreding van lichtnormen en slechts een beperkte overschrijding van geluidnormen constateerden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het tennispark een inrichting is in de zin van de Wet milieubeheer, waardoor het Activiteitenbesluit geldt en niet de APV. De geluidmetingen toonden een overschrijding van 3 dB(A) in de avondperiode, maar dit werd als beperkt beschouwd. Het college bood vergunninghouder eerst de gelegenheid tot herstel, conform het handhavingsbeleid.
Ten aanzien van lichthinder concludeerde de rechter dat de gemeten waarden ruim onder de grenswaarden lagen en dat verzoekster onvoldoende aannemelijk maakte dat de tuin als hindergevoelig object moest worden aangemerkt. De rechter zag geen aanleiding om aan de rechtmatigheid van het besluit te twijfelen en wees het verzoek om voorlopige voorziening af.