ECLI:NL:RBDHA:2021:9134
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit terugname asielaanvraag Dublin Oostenrijk met instandhouding rechtsgevolgen
Eiser, een Syrische asielzoeker, diende een asielaanvraag in Nederland in, maar deze werd niet in behandeling genomen omdat Oostenrijk verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening. Nederland had een verzoek tot terugname aan Oostenrijk gedaan, dat werd geaccepteerd.
Eiser betoogde dat hij een duurzame relatie heeft met zijn partner in Nederland en dat de situatie een overname betreft, waardoor artikel 9 van Pro de Dublinverordening van toepassing zou zijn. Verweerder stelde dat sprake is van een terugnamesituatie, waardoor beroep op artikel 9 niet Pro mogelijk is, en verwees naar jurisprudentie van het HvJ EU en de Afdeling bestuursrechtspraak.
De rechtbank oordeelde dat verweerder in het bestreden besluit ten onrechte artikel 9 had Pro toegepast, wat een zorgvuldigheidsgebrek oplevert en het besluit vernietigd moet worden. Het nieuwe standpunt van verweerder, dat er sprake is van terugname, is echter juist en leidt tot hetzelfde resultaat. Daarom blijven de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van de proceskosten van eiser. De procedure verliep ondanks het late standpunt van verweerder zonder schending van de goede procesorde.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.