ECLI:NL:RBDHA:2021:9291
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsdocument gemeenschapsonderdaan wegens onvoldoende onderzoek materiële steun
Eiseres, een burger van Bangladesh en moeder van een in Nederland verblijvende zoon (referent), vroeg om een verblijfsdocument als familielid van een gemeenschapsonderdaan. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiseres niet had aangetoond dat zij ten laste was van de referent door onvoldoende bewijs van materiële steun.
De rechtbank oordeelde dat verweerder nagelaten heeft de noodzakelijkheid en reëel karakter van de materiële steun adequaat te onderzoeken, onder meer door eiseres niet te horen tijdens de bezwaarprocedure. De rechtbank stelde vast dat het bedrag van €7.200,- in het jaar voorafgaand aan de aanvraag niet zonder meer uitsluit dat eiseres ten laste was van de referent.
Verder overwoog de rechtbank dat het overlijden van de referent in 2021 geen invloed heeft op de beoordeling van het besluit ex tunc, op het moment van het bestreden besluit. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder opnieuw op het bezwaar moet beslissen met inachtneming van deze uitspraak. Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder dient opnieuw te beslissen met inachtneming van de uitspraak.