ECLI:NL:RBDHA:2021:9405
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen overdracht aan Roemenië op grond van Dublinverordening
Verzoeker, die in bewaring zit, heeft een voorlopige voorziening gevraagd om zijn overdracht aan Roemenië te verbieden in afwachting van het beroep tegen dit besluit. De overdracht is gebaseerd op de Dublinverordening, waarbij Roemenië als verantwoordelijke lidstaat is aangewezen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel van toepassing is, waardoor mag worden aangenomen dat Roemenië het verbod op refoulement naleeft. Verzoeker heeft onvoldoende onderbouwd dat Roemenië Afghaanse Dublinterugkeerders in strijd met artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 van Pro het Handvest uitzet naar Afghanistan.
Het besluit- en vertrekmoratorium dat Nederland heeft ingesteld voor Afghanistan is niet van toepassing op de uitvoering van de Dublinverordening door Roemenië. Gezien deze omstandigheden acht de voorzieningenrechter het niet aannemelijk dat het beroep zal slagen en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de overdracht aan Roemenië wordt afgewezen.