Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam], eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Ghanese nationaliteit, diende op 29 januari 2021 een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30, lid 1, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat op basis van de Dublinverordening Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag. Uit Eurodac-onderzoek bleek dat eiser op 2 januari 2017 in Italië een asielaanvraag had ingediend.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Italië niet langer geldt, omdat Italië niet reageerde op het verzoek om terugname en zich niet houdt aan Europese asielrichtlijnen. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, mede gelet op uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. De aangehaalde artikelen in de zienswijze brengen geen wezenlijk ander beeld.
Verder stelde verweerder dat de persoonlijke omstandigheden van eiser geen bijzondere individuele omstandigheden vormen die overdracht aan Italië van onevenredige hardheid maken, zodat geen toepassing van artikel 17 van Pro de Dublinverordening gerechtvaardigd is. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de asielaanvraag op grond van de Dublinverordening wordt ongegrond verklaard.