Eiseres 1, voormalig huishoudelijk medewerkster, ontving een WIA-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80-100%. De voormalig werkgever betwistte de mate van arbeidsongeschiktheid en stelde dat eiseres 1 volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is en recht heeft op een IVA-uitkering. UWV had de uitkering ingetrokken en later hersteld, maar de duurzaamheid van de arbeidsongeschiktheid onvoldoende gemotiveerd.
De rechtbank beoordeelde dat de motivering van UWV, gebaseerd op rapporten van verzekeringsarts b&b, onvoldoende was toegespitst op het concrete geval van eiseres 1. De inschatting van herstelkansen ontbrak aan concrete onderbouwing, met name over de effectiviteit van behandelingen en medicatie. UWV had geen overleg gevoerd met de behandelend orthopedisch chirurg, wat de beoordeling onvolledig maakte.
De rechtbank concludeerde dat UWV niet deugdelijk had gemotiveerd waarom eiseres 1 niet duurzaam volledig arbeidsongeschikt zou zijn en gaf UWV de gelegenheid binnen acht weken dit gebrek te herstellen door een nieuw, goed gemotiveerd besluit te nemen. De procedure werd geschorst en verdere beslissingen aangehouden.