Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 oktober 2022 in de zaken tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
.De beroepen tegen de bestreden besluiten 2 en 4 zijn ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. De voor de beoordeling van het beroep belangrijke wet- en regelgeving is te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond tegen het besluit van 21 mei 2021 (bekend bij de minister onder nummer [besluit 4] ) en het besluit van 7 september 2020 (bekend bij de minister onder kenmerk [besluit 5] );
- vernietigt de hiervoor genoemde besluiten van 21 mei 202 en 7 september 2020;
- verklaart de beroepen tegen de overige twee besluiten van 7 september 2020 ongegrond (bekend bij de minister onder nummer [besluit 6] en nummer [besluit 7] );
- draagt de minister op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;
- bepaalt dat de minister het griffierecht van € 49,- aan eiser moet vergoeden;
- veroordeelt de minister tot betaling van € 1.518,- aan proceskosten aan de gemachtigde van eiser.