ECLI:NL:RBDHA:2022:10288
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen overdracht asielzoeker op grond van Dublinverordening
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Bulgarije verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. Verzoeker verzocht tevens om een voorlopige voorziening om overdracht te voorkomen totdat het beroep is beslist.
De voorzieningenrechter oordeelt dat onverwijlde spoed aanwezig is omdat het beroep niet binnen de overdrachtstermijn kan worden behandeld. Het belang van verzoeker om bij de behandeling van zijn beroep aanwezig te zijn weegt zwaarder dan het belang van overdracht. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk gegrond toegewezen.
De overdracht wordt geschorst en verzoeker mag de behandeling van zijn beroep in Nederland afwachten. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van €759,-. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en de overdracht van verzoeker aan Bulgarije wordt geschorst totdat het beroep is behandeld.