ECLI:NL:RBDHA:2022:12624
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet-in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinprocedure Bulgarije
Eiser, een Syrische asielzoeker, diende op 11 maart 2022 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, nam deze aanvraag niet in behandeling op grond van de Dublinverordening, omdat Bulgarije verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag. Eiser stelde dat Bulgarije vanwege systematische pushbacks niet langer betrouwbaar is en verwees naar jurisprudentie over Kroatië.
De rechtbank oordeelde dat hoewel pushbacks in Bulgarije plaatsvinden en dit een fundamentele systeemfout vormt, eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij als Dublinclaimant een reëel risico loopt op onrechtmatige uitzetting zonder bescherming. De situatie in Bulgarije verschilt wezenlijk van Kroatië, waar de Afdeling bestuursrechtspraak eerder een ander oordeel gaf.
Verweerder mocht zich baseren op het interstatelijk vertrouwensbeginsel dat Bulgarije zijn verplichtingen nakomt. Het beroep is daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.