Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Tunesische nationaliteit hebbende derdelander, werd op 19 september 2022 aangehouden en onderworpen aan een maatregel van bewaring op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Tegen deze maatregel stelde eiser beroep in, dat tevens werd aangemerkt als een verzoek om schadevergoeding.
De rechtbank stelde vast dat eiser de gronden voor de bewaring niet betwistte en dat deze gronden voldoende waren om aan te nemen dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken. Eiser voerde aan dat de staandehouding onrechtmatig was en dat hij ten onrechte als illegaal verblijvende derdelander werd aangemerkt vanwege zijn huwelijk met een EU-burger.
De rechtbank oordeelde dat de staandehouding rechtmatig was uitgevoerd in het kader van de algemene politietaak en dat het niet aan de rechter was om bevoegdheden buiten de Vreemdelingenwet te toetsen. Tevens werd bevestigd dat het huwelijk was verbroken en dat eiser geen rechtmatig verblijf ontleent aan die relatie. Ook was eiser veroordeeld voor mishandeling en was er een contact- en gebiedsverbod opgelegd.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring en het verzoek om schadevergoeding worden ongegrond verklaard en afgewezen.