Uitspraak
[verzoeker sub1](hierna: ‘[V1]’) te [vestigingsplaats],
[verzoeker sub2](hierna: ‘[V2]’) te [vestigingsplaats],
[verzoeker sub3](hierna: ‘[V3]’) te [vestigingsplaats], en
[verzoeker sub4](hierna: ‘[V4]’) te [vestigingsplaats],
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
De [X-Vennootschappen], onderdeel van de [X Groep], verzochten de homologatie van vier liquidatie-akkoorden onder de WHOA om verlieslatende groepsonderdelen gecontroleerd te liquideren en duurovereenkomsten op te zeggen. De Rabobank en [A] financierden de herstructurering, waarbij schuldeisers in vier klassen werden ingedeeld.
De rechtbank oordeelde dat het homologatieverzoek van [V3] moest worden afgewezen vanwege algemene afwijzingsgronden. De stemtermijn van twee weken was te kort voor de complexe materie, waardoor schuldeisers onvoldoende tijd hadden voor een geïnformeerde beslissing. Daarnaast was de informatievoorziening ontoereikend; belangrijke vorderingen van schuldeisers zoals [B], [I] en de gemeente Lelystad waren niet meegenomen in het akkoord, wat nadelige gevolgen voor hen zou hebben.
De rechtbank constateerde dat [V3] in een toestand verkeerde van opgehouden betaling en dat het akkoord geen zuivere liquidatie was, omdat delen van activiteiten werden voortgezet binnen een andere groepsvennootschap zonder transparante waardering. Hierdoor was het akkoord niet transparant en niet volledig, wat de besluitvorming van schuldeisers beïnvloedde.
Omdat het akkoord van [V3] niet werd gehomologeerd, werden de voorwaardelijke verzoeken van [V1], [V2] en [V4] eveneens afgewezen. De verzoeken tot opzegging van duurovereenkomsten werden niet inhoudelijk behandeld. Het salaris van de observator werd vastgesteld op € 37.934,10 exclusief btw.
Uitkomst: Het homologatieverzoek van het liquidatieakkoord van [V3] wordt afgewezen wegens algemene afwijzingsgronden.