Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart de beroepen ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Albanese nationaliteit, kreeg op 15 december 2021 een terugkeerbesluit, inreisverbod van twee jaar en een maatregel van bewaring opgelegd wegens illegale binnenkomst en risico op onttrekken aan toezicht. De maatregel van bewaring werd op 24 december 2021 opgeheven. Eiser voerde aan dat het terugkeerbesluit onrechtmatig was omdat het land van terugkeer niet was vermeld, dat geen vrijwillige vertrektermijn was gegeven, en dat het inreisverbod onterecht was opgelegd.
De rechtbank oordeelde dat uit het gehoor duidelijk bleek dat het land van terugkeer Albanië betrof, waardoor de rechtsbescherming niet was geschaad. De rechtbank vond dat het ontbreken van een vrijwillige vertrektermijn terecht was vanwege het feit dat eiser als inklimmer was aangetroffen en een risico bestond op onttrekken aan toezicht. Het inreisverbod was volgens de rechtbank passend en proportioneel, mede omdat eiser voornemens was illegaal naar het Verenigd Koninkrijk te reizen.
Verder stelde eiser dat de strafrechtelijke aanhouding een verkapte vreemdelingenrechtelijke staandehouding was, maar de rechtbank concludeerde dat er sprake was van een strafrechtelijke aanhouding op heterdaad wegens overtreding van artikel 461 Sr Pro. De gronden voor de maatregel van bewaring waren gelijk aan die van het terugkeerbesluit en niet betwist. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: De beroepen tegen het terugkeerbesluit, inreisverbod en maatregel van bewaring worden ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.