ECLI:NL:RBDHA:2022:10844
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vliegenoverlast veroorzaakt door afvalverwerkingsbedrijf in Rotterdam-Heijplaat
De rechtbank Den Haag behandelde op 21 oktober 2022 de bestuursrechtelijke beroepen van een afvalverwerkingsbedrijf tegen besluiten van het college van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland. Verweerder had een last onder dwangsom opgelegd en de omgevingsvergunning deels gewijzigd vanwege vliegenoverlast in de Rotterdamse wijk Heijplaat, waarvan de inrichting van eiseres als hoofdbron werd aangemerkt.
Het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD) voerde jarenlang onderzoek uit en concludeerde dat de inrichting significant meer gewone kamervliegen en aas-/vleesvliegen veroorzaakte dan vergelijkbare wijken. Eiseres stelde met contra-expertises van Sedgwick dat het onderzoek onvoldoende was en dat ook andere bronnen mogelijk een rol speelden. De rechtbank oordeelde echter dat de rapporten van het KAD betrouwbaar zijn en dat de inrichting de hoofdbron is.
Juridisch oordeelde de rechtbank dat het voorschrift 1.1.4 van de vergunning een inspanningsverplichting inhoudt om overlast te voorkomen en te bestrijden, ook buiten de inrichting. Eiseres had niet alle redelijke maatregelen getroffen, dus was sprake van overtreding. De last onder dwangsom was echter onduidelijk en bevatte een onrechtmatige resultaatsverplichting, waardoor deze werd vernietigd. Ook een nieuw vergunningvoorschrift was onvoldoende duidelijk en werd vernietigd. De overige gewijzigde voorschriften bleven in stand.
De rechtbank vernietigde de bestreden besluiten, herroept het primaire besluit en bepaalde dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Verweerder moet het griffierecht en proceskosten aan eiseres vergoeden.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de last onder dwangsom en een vergunningvoorschrift wegens rechtsonzekerheid en bevestigt dat de inrichting de hoofdbron is van vliegenoverlast.