ECLI:NL:RVS:2020:2430
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A. Hagen
- H.C.P. Venema
- J.M.L. Niederer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging last bestuursdwang wegens te verstrekkende herstelmaatregelen voor Seafood Bar
Seafood Bar exploiteerde een winkel aan de Leidsestraat 61 te Amsterdam waar vis en etenswaren werden verkocht, deels voor directe consumptie. Het college van B&W legde op 18 mei 2018 een last onder bestuursdwang op omdat het gebruik als horeca-1 in strijd was met de detailhandelsbestemming. Seafood Bar maakte bezwaar en stelde dat zij geen horecabedrijf was en dat zij vooraf onvoldoende gelegenheid had gehad tot het indienen van een zienswijze.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Raad van State oordeelde dat Seafood Bar vooraf onvoldoende gelegenheid had gekregen tot zienswijze, hoewel dit gebrek in het bezwaarbesluit was hersteld. De Raad bevestigde dat het gebruik als horeca-1 in strijd was met het bestemmingsplan en dat het college bevoegd was tot handhaving. Wel oordeelde de Raad dat de last onder bestuursdwang te verstrekkend was omdat het college zelf had aangegeven dat beperkte verkoop van etenswaren voor directe consumptie, zoals een broodje vis, was toegestaan.
De Raad vernietigde daarom het besluit op bezwaar en het bestuursdwangbesluit en herroept het oorspronkelijke besluit van 18 mei 2018. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan Seafood Bar. De uitspraak benadrukt het belang van duidelijke en proportionele bestuursdwanglasten en bevestigt dat handhaving niet verder mag gaan dan strikt noodzakelijk is om de overtreding te beëindigen.
Uitkomst: Het bestuursdwangbesluit en het bezwaarbesluit worden vernietigd en het college wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.