ECLI:NL:RBDHA:2022:11028
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing van verlenging verblijfsvergunning asiel wegens ontbreken rechtmatig verblijf
Eiser, van Syrische nationaliteit, verzocht om verlenging van zijn verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris wees dit verzoek af omdat eiser niet voldeed aan de voorwaarde van vijf jaar rechtmatig verblijf voorafgaand aan de aanvraag. Eiser had eerder een intrekkingsbesluit gekregen met terugwerkende kracht vanwege het aannemelijk zijn van een Armeense nationaliteit, waarbij Armenië als veilig land van herkomst geldt.
Eiser voerde aan dat het besluit niet correct aan zijn gemachtigde was bekendgemaakt en dat het beroep tegen het intrekkingsbesluit de rechtsgevolgen opschortte, waardoor hij rechtmatig verblijf zou hebben. De rechtbank oordeelde dat het besluit correct aan eiser zelf was bekendgemaakt omdat hij zijn eigen contactgegevens had opgegeven en geen melding had gemaakt dat zijn gemachtigde ook in deze procedure optreedt.
Verder stelde de rechtbank vast dat het intrekkingsbesluit met terugwerkende kracht het rechtmatig verblijf per 23 december 2015 beëindigde en dat het beroep tegen dat besluit het rechtmatig verblijf alleen op een andere grond verlengde, namelijk het afwachten van de beroepsbeslissing, wat niet volstaat voor verlenging van de verblijfsvergunning. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
De rechtbank wees proceskostenveroordeling af en informeerde eiser over de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verlenging van de verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard omdat eiser niet voldoet aan de vereiste vijf jaar rechtmatig verblijf.