ECLI:NL:RVS:2020:605
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep ligplaatsvergunningen
Appellant diende in december 2015 aanvragen in voor twee ligplaatsvergunningen voor bedrijfsvaartuigen, welke door het destijds bevoegde bestuur werden afgewezen. Het voormalig bestuur verklaarde de bezwaren ongegrond, maar de rechtbank vernietigde dit besluit in juni 2018 en beval een nieuw besluit. Het college nam vervolgens op 21 augustus 2018 een nieuw besluit waarin de bezwaren opnieuw ongegrond werden verklaard.
Appellant stelde beroep in tegen dit besluit, maar de rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk omdat het beroepschrift te laat was ingediend. De rechtbank oordeelde dat het besluit correct was bekendgemaakt aan de gemachtigde advocaat, waardoor de beroepstermijn was gestart. Appellant betwistte dit en stelde dat het besluit niet op de juiste wijze was bekendgemaakt omdat het alleen aan de advocaat was verzonden terwijl hij niet had bevestigd dat deze ook in de vervolgprocedure gemachtigde was.
De Raad van State oordeelde dat het college niet zonder nadere bevestiging mocht aannemen dat de advocaat ook in de vervolgprocedure gemachtigde was. Het besluit was daarom niet op de voorgeschreven wijze bekendgemaakt en de beroepstermijn was niet aangevangen. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor inhoudelijke behandeling. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en terugbetaling van griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor inhoudelijke behandeling.