ECLI:NL:RBDHA:2022:11076
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens onjuiste toetsing en schending hoorplicht bij afwijzing mvv-verzoek verblijf familie
Eisers, Syrische familieleden, hadden een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om bij hun familielid, de referent, te verblijven. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat geen sprake zou zijn van een beschermenswaardig gezinsleven binnen de betekenis van artikel 8 EVRM Pro. Eisers voerden aan dat de gehanteerde toets, het 'zelfstandig functioneren'-criterium, onjuist was en dat verweerder de hoorplicht had geschonden.
De rechtbank oordeelde dat de toetsing van verweerder niet overeenkomt met de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, dat vereist dat er sprake moet zijn van meer dan normale emotionele banden met bijkomende afhankelijkheidselementen. De gehanteerde toets legde een te hoge lat en vormde een motiveringsgebrek. Daarnaast werd vastgesteld dat verweerder ten onrechte had afgezien van het horen van eisers, wat een schending van de hoorplicht inhoudt.
De rechtbank verwierp het beroep op het Unierecht omdat eisers niet tot de kernfamilie behoren zoals bedoeld in de Gezinsherenigingsrichtlijn, waardoor de beoordeling gelijk is aan die onder artikel 8 EVRM Pro. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en gaf verweerder acht weken de tijd voor een nieuwe beoordeling. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.