ECLI:NL:RBDHA:2022:11077
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening visum kort verblijf wegens openbare orde en vestigingsgevaar
Verzoeker, met de Surinaamse nationaliteit, heeft een visum voor kort verblijf aangevraagd om bij zijn Nederlandse partner te zijn die in juli 2022 zou bevallen van hun kind. De minister van Buitenlandse Zaken heeft dit visum geweigerd vanwege een ongewenstverklaring en het gevaar voor de openbare orde.
Verzoeker stelde aanspraak te maken op een faciliterend inreisvisum op grond van artikel 20 VWEU Pro, omdat het kind Nederlandse nationaliteit zal hebben en hij voor het kind wil zorgen. De rechtbank oordeelde dat het kind nog niet geboren was en dat verzoeker niet aannemelijk had gemaakt dat hij meer dan marginale zorg- en opvoedingstaken zou vervullen.
Daarnaast stond verzoeker geregistreerd in het Schengeninformatiesysteem vanwege toegangsweigering en was er redelijke twijfel over zijn terugkeer naar Suriname. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. De rechtbank benadrukte dat de Verblijfsrichtlijn niet van toepassing is op verzoekers situatie en dat het bezwaar geen redelijke kans van slagen had.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de afwijzing van het visum kort verblijf wordt afgewezen wegens openbare orde en vestigingsgevaar.