ECLI:NL:RBDHA:2022:11139
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Italië volgens Dublinverordening
Eiser, een Eritrese nationaliteit, diende op 20 december 2021 een asielaanvraag in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling volgens artikel 13 van Pro de Dublinverordening. Uit Eurodac-gegevens bleek dat eiser op 13 november 2021 illegaal Italië was binnengekomen.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Italië niet geldt en dat overdracht in strijd is met artikel 3 EVRM Pro vanwege de slechte opvangsituatie. De rechtbank oordeelde dat Italië in beginsel als verantwoordelijke lidstaat geldt en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing is.
De rechtbank wees erop dat algemene rapporten over de situatie van vluchtelingen in Italië niet voldoende zijn om te concluderen dat eiser een reëel risico loopt op onmenselijke behandeling. Ook het argument dat de verslechterde opvang in Nederland relevant zou zijn, werd verworpen. Eiser bracht geen bijzondere omstandigheden aan om een uitzondering op de Dublinverordening te rechtvaardigen. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.