Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser 1] , v-nummer: [v-nummer 1] ,
-nummer: [v-nummer 2] ,
Rechtbank Den Haag
Eisers hebben beroep ingesteld tegen besluiten van de staatssecretaris waarin hun aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel buiten behandeling zijn gesteld, met daarbij een opgelegd inreisverbod van twee jaar en het onthouden van een vertrektermijn.
Tijdens de zitting op 11 oktober 2022 heeft de rechtbank vastgesteld dat eisers met onbekende bestemming zijn vertrokken en geen contact meer onderhouden met hun gemachtigde. De gemachtigde kon dit op de zitting niet bevestigen.
De rechtbank oordeelt dat hierdoor het belang van eisers bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep ontbreekt, omdat zij kennelijk geen prijs meer stellen op bescherming in Nederland.
Daarom verklaart de rechtbank de beroepen niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door rechter M.D. Gunster en griffier C.M. van den Berg, en kan binnen een week worden bestreden bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van contact tussen eisers en hun gemachtigde.