ECLI:NL:RVS:2013:BY8227
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A. Wijker Dekker
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen besluit tot ongewenstverklaring vreemdeling
De vreemdeling is door de minister voor Immigratie en Asiel ongewenst verklaard en kreeg de opdracht Nederland onmiddellijk te verlaten. Tegen dit besluit is bezwaar gemaakt, dat niet-ontvankelijk werd verklaard. De voorzieningenrechter wees het verzoek om een voorlopige voorziening af en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat zij niet bevoegd is om kennis te nemen van het hoger beroep voor zover dit betrekking heeft op de afwijzing van het verzoek om een voorlopige voorziening. Daarnaast is het hoger beroep voor het overige niet-ontvankelijk omdat de vreemdeling na zijn uitzetting geen contact meer heeft onderhouden met zijn gemachtigde en kennelijk geen prijs meer stelt op een inhoudelijke beoordeling van het beroep.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De Afdeling verklaart zich onbevoegd voor het deel over de voorlopige voorziening en niet-ontvankelijk voor het overige hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard en de Afdeling is onbevoegd voor het deel over de voorlopige voorziening.