ECLI:NL:RVS:2013:BY8227

Raad van State

Datum uitspraak
7 januari 2013
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
201112953/1/V3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • H.G. Lubberdink
  • A. Wijker Dekker
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:84 AwbArt. 47 Wet op de Raad van StateWet aanpassing bestuursprocesrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen besluit tot ongewenstverklaring vreemdeling

De vreemdeling is door de minister voor Immigratie en Asiel ongewenst verklaard en kreeg de opdracht Nederland onmiddellijk te verlaten. Tegen dit besluit is bezwaar gemaakt, dat niet-ontvankelijk werd verklaard. De voorzieningenrechter wees het verzoek om een voorlopige voorziening af en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat zij niet bevoegd is om kennis te nemen van het hoger beroep voor zover dit betrekking heeft op de afwijzing van het verzoek om een voorlopige voorziening. Daarnaast is het hoger beroep voor het overige niet-ontvankelijk omdat de vreemdeling na zijn uitzetting geen contact meer heeft onderhouden met zijn gemachtigde en kennelijk geen prijs meer stelt op een inhoudelijke beoordeling van het beroep.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De Afdeling verklaart zich onbevoegd voor het deel over de voorlopige voorziening en niet-ontvankelijk voor het overige hoger beroep.

Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard en de Afdeling is onbevoegd voor het deel over de voorlopige voorziening.

Uitspraak

201112953/1/V3.
Datum uitspraak: 7 januari 2013
Raad van State
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank 's Gravenhage, nevenzittingsplaats Haarlem, van 16 november 2011 in zaken nrs. 11/30587 en 11/31058 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de minister voor Immigratie en Asiel (thans: de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie).
Procesverloop
Bij besluit van 5 augustus 2011 heeft de minister, voor zover thans van belang, de vreemdeling ongewenst verklaard. Bij brief van 3 september 2011 heeft de minister de vreemdeling opgedragen Nederland onmiddellijk te verlaten.
Bij besluit van 22 september 2011 heeft de minister het door de vreemdeling tegen voormelde brief van 3 september 2011 gemaakte bezwaar niet ontvankelijk verklaard. Dit besluit is aangehecht.
Bij uitspraak van 16 november 2011 heeft de voorzieningenrechter het door de vreemdeling ingediende verzoek om een voorlopige voorziening hangende het door hem tegen het besluit tot ongewenstverklaring gemaakte bezwaar afgewezen en het door de vreemdeling tegen voormeld besluit van 22 september 2011 ingestelde beroep niet ontvankelijk verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Het hogerberoepschrift is aangehecht.
Desgevraagd heeft de vreemdeling zich nader uitgelaten.
Vervolgens is het onderzoek gesloten.
Overwegingen
1. Op 1 januari 2013 is de Wet aanpassing bestuursprocesrecht in werking getreden. Uit het daarbij behorende overgangsrecht volgt dat het recht zoals dat gold vóór de inwerkingtreding van deze wet op dit geding van toepassing blijft.
2. Ingevolge artikel 47, tweede lid, aanhef en onder d, van de Wet op de Raad van State kan geen hoger beroep worden ingesteld tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter als bedoeld in artikel 8:84, tweede lid, van de Awb.
Voor zover de uitspraak van de voorzieningenrechter van 16 november 2011 strekt tot afwijzing van het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen, is sprake van een uitspraak als bedoeld in laatstgenoemde bepaling.
3. Voor zover het hoger beroep zich richt tegen de afwijzing van het verzoek om een voorlopige voorziening hangende het door de vreemdeling tegen het besluit tot ongewenstverklaring gemaakte bezwaar, is de Afdeling derhalve kennelijk onbevoegd van het hoger beroep kennis te nemen.
4. Blijkens de aangevallen uitspraak heeft de gemachtigde van de vreemdeling op de zitting van 27 oktober 2011, waar onder meer het beroep tegen het besluit van 22 september 2011 is behandeld, desgevraagd verklaard na de uitzetting van de vreemdeling op 30 september 2011 geen contact meer met de vreemdeling te hebben gehad. Bij brief van 29 november 2012 heeft de gemachtigde van de vreemdeling desgevraagd aan de Afdeling medegedeeld ook nadien geen contact met de vreemdeling meer te hebben gehad.
5. Nu de vreemdeling na zijn uitzetting uit Nederland geen contact heeft onderhouden met zijn gemachtigde, stelt hij kennelijk geen prijs meer op een inhoudelijke beoordeling van de door hem tegen het besluit van 22 september 2011 ingestelde rechtsmiddelen. Reeds hierom heeft de vreemdeling geen rechtens te beschermen belang bij een inhoudelijke beoordeling van het door hem ingestelde hoger beroep.
6. In zoverre is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
I. verklaart zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen, voor zover dat is gericht tegen de afwijzing van het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening hangende het door de vreemdeling gemaakte bezwaar tegen het besluit tot ongewenstverklaring;
II. verklaart het hoger beroep voor het overige niet ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Lubberdink, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A. Wijker Dekker, ambtenaar van staat.
w.g. Lubberdink
lid van de enkelvoudige kamer w.g. Wijker-Dekker
ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 7 januari 2013
562.
Verzonden: 7 januari 2013
Voor eensluidend afschrift,
de secretaris van de Raad van State,
mr. H.H.C. Visser