Uitspraak
[eiseres 5] ,
Rechtbank Den Haag
Eiseressen hebben beroep ingesteld tegen besluiten van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin hun asielaanvragen niet in behandeling zijn genomen omdat Italië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
De rechtbank overweegt dat de uiterste overdrachtstermijn van zes maanden is opgeschort door interim measures van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, waardoor Nederland niet verantwoordelijk is geworden voor de behandeling. Tevens bevestigt de rechtbank het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Italië, ondanks rapporten die wijzen op mogelijke tekortkomingen in de praktijk.
Verder weegt de rechtbank mee dat er geen bijzondere individuele omstandigheden zijn die een overdracht naar Italië van onevenredige hardheid maken. De belangen van het ongeboren kind en de kwetsbaarheid van eiseressen worden meegewogen, maar leiden niet tot een ander oordeel. De beroepen worden daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beroepen van eiseressen tegen de weigering van behandeling van hun asielaanvragen wegens verantwoordelijkheid Italië worden ongegrond verklaard.