ECLI:NL:RBDHA:2022:1131
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag minderjarige uit Marokko na zorgvuldige beoordeling
Eiser, een minderjarige van Marokkaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, stellende dat hij vanwege problemen met de maffia in Marokko bescherming nodig had. Verweerder wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, omdat Marokko als veilig land van herkomst werd aangemerkt en de verklaringen van eiser niet geloofwaardig waren.
De rechtbank oordeelde dat de besluitvorming zorgvuldig was verlopen, waarbij rekening was gehouden met de medische situatie van eiser en de inzet van een telefonische tolk. De rechtbank vond geen aanleiding om de geloofwaardigheid van verweerder aan te tasten, onder meer omdat de verklaringen van eiser over meldplicht, bescherming door politie en bedreigingen door de maffia niet aannemelijk waren.
Verder werd geoordeeld dat het ambtshalve verleende uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 rechtmatig verblijf bood, waardoor geen sprake was van illegaal verblijf en geen terugkeerbesluit kon worden opgelegd. Dit strookte met het arrest T.Q. van het Hof van Justitie van de EU, dat zekerheid vereist voor niet-begeleide minderjarige vreemdelingen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het uitstel van vertrek biedt rechtmatig verblijf.