ECLI:NL:RBDHA:2022:11387
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op terugwerkende kracht AOW-pensioen wegens ontbreken bijzonder geval
Eiser, geboren in 1944, vroeg op 27 januari 2021 zijn AOW-pensioen aan. Verweerder kende het pensioen toe met terugwerkende kracht vanaf 1 december 2019, één jaar voorafgaand aan de aanvraag. Eiser stelde dat hij vanwege bijzondere omstandigheden recht had op een langere terugwerkende kracht, omdat hij dacht dat zijn AOW via het ABP liep en hij de brieven van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) niet had ontvangen.
Verweerder baseerde zich op het beleid dat alleen in bijzondere gevallen en bij hardheid een langere terugwerkende kracht wordt toegekend. De rechtbank oordeelde dat eiser niet onbekend was met zijn recht op AOW, maar slechts verkeerde aannames had. Ook was er geen bewijs dat hij door omstandigheden niet tijdig kon aanvragen. De brieven van de SVB waren verzonden en het niet aanvragen kwam voor rekening van eiser.
De rechtbank concludeerde dat verweerder het beleid correct had toegepast en dat geen sprake was van een bijzonder geval. De toets op hardheid werd niet aan de orde gesteld. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het AOW-pensioen wordt slechts met één jaar terugwerkende kracht toegekend.