ECLI:NL:RBDHA:2022:11388
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op terugwerkende kracht AOW-pensioen wegens ontbreken bijzonder geval
Betrokkene bereikte in 2017 de AOW-leeftijd en overleed in april 2021. De Sociale Verzekeringsbank kende met terugwerkende kracht vanaf 1 maart 2020 AOW-pensioen toe, maar weigerde een langere terugwerkende kracht toe te passen omdat geen sprake was van een bijzonder geval. Eiseres, erfgenaam van betrokkene, voerde aan dat betrokkene door een herseninfarct geestelijk niet in staat was tijdig een aanvraag te doen, waardoor een langere terugwerkende kracht gerechtvaardigd zou zijn.
De rechtbank oordeelde dat verweerder het beleid correct toepaste: een bijzonder geval vereist dat de belanghebbende door een niet aan hem toe te rekenen oorzaak niet tijdig een aanvraag kon indienen. De rechtbank vond onvoldoende bewijs dat betrokkene niet in staat was een aanvraag te doen of dat hij onbekend was met zijn recht op AOW-pensioen. Verweerder had voldoende contact met betrokkene gehad en er was geen sprake van nalatigheid.
De rechtbank concludeerde dat geen bijzonder geval en geen hardheid aanwezig waren die een langere terugwerkende kracht rechtvaardigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het AOW-pensioen wordt toegekend met terugwerkende kracht van één jaar.