ECLI:NL:RBDHA:2022:11721
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M. Emaus-Visschers
- D.J. Post
- G.A. van der Straaten
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding na heroverweging en verlening verblijfsvergunning asiel
Verzoeker diende op 17 juli 2016 een asielaanvraag in die op 23 november 2016 werd afgewezen. Na afwijzing in beroep en hoger beroep, diende verzoeker op 20 januari 2020 een opvolgende asielaanvraag in met een verzoek om heroverweging van het eerdere besluit. Dit heroverwegingsverzoek werd op 4 februari 2022 ingewilligd, waarbij een verblijfsvergunning werd verleend met terugwerkende kracht tot de datum van de eerste aanvraag.
Verzoeker stelde schade te hebben geleden door de afwijzing van zijn eerste aanvraag, waaronder psychische klachten en gemiste inkomsten. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris alleen schade hoeft te vergoeden indien sprake is van een onrechtmatig besluit. Gezien het feit dat het eerdere besluit in beroep en hoger beroep is bekrachtigd en de heroverweging niet expliciet de onrechtmatigheid erkent, is er geen sprake van onrechtmatigheid.
De rechtbank overwoog dat het heroverwegingsbesluit gebaseerd is op later bekend geworden informatie en een aanscherping van het beleid, zonder dat het eerdere besluit onrechtmatig was. Ook de declaratoire aard van de vluchtelingenstatus leidt niet tot onrechtmatigheid van het eerdere besluit. Daarom wees de rechtbank het verzoek om schadevergoeding af en vergoedde geen proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen omdat het eerdere besluit niet onrechtmatig is.