ECLI:NL:RBDHA:2022:11843
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vervoerskostenvergoeding op grond van Wmo 2015 passend voor lokale vervoersbehoefte
Eiser heeft een vervoersvoorziening op grond van de Wmo 2015 in de vorm van een financiële vergoeding voor het gebruik van zijn eigen auto. Het college heeft de vergoeding verlaagd naar €50 per vier weken, gebaseerd op een maximale vergoeding voor 3.120 kilometer per jaar, terwijl eiser een vervoersbehoefte van 9.722,40 kilometer per jaar heeft opgegeven.
Eiser stelt dat de vergoeding onvoldoende is, omdat hij ook bovenregionaal vervoer nodig heeft voor sociale contacten en onderhoud van zijn auto buiten de regio. Het college stelt dat de compensatieplicht zich beperkt tot lokale vervoersbehoefte en dat bovenregionaal vervoer niet verplicht is.
De rechtbank stelt vast dat het college een financiële maatwerkvoorziening heeft verstrekt die een passende bijdrage levert aan de zelfredzaamheid en participatie van eiser. De vergoeding overstijgt de in de rechtspraak gehanteerde bandbreedte van 1.500 tot 2.000 kilometer per jaar en is daarmee toereikend. Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de wijziging van de vergoeding blijft gehandhaafd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de vergoeding van €50 per vier weken passend is voor de lokale vervoersbehoefte van eiser.