Uitspraak
OVERWEGINGEN
.Zij beschikt over een eigen auto.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, bekend met mobiliteitsbeperkingen en in het bezit van een eigen auto, kreeg op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) een forfaitaire tegemoetkoming van €285 toegekend voor extra vervoerskosten in 2013. Het college wees haar bezwaar tegen deze beslissing af. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de vergoeding toereikend is voor lokale verplaatsingen tot 1500 kilometer per jaar en dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat haar vervoersbehoefte hoger was.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij vanwege haar gevoeligheid voor temperatuurschommelingen en de noodzaak om winkels in het voetgangersgebied met de auto te bezoeken, een hogere vergoeding nodig had. Ook stelde zij dat haar bijstandsuitkering onvoldoende is om de vaste autokosten te betalen.
De Raad oordeelde dat appellante niet met concrete gegevens had onderbouwd dat haar vervoersbehoefte hoger is dan de forfaitaire 1500 kilometer. Het advies van een medisch adviseur stelde dat taxivervoer geschikt is, en appellante had zelf gekozen voor een vergoeding voor haar eigen auto in plaats van taxi. De Raad concludeerde dat het college niet verplicht is extra vaste autokosten te vergoeden en bevestigde de eerdere uitspraak dat appellante niet tekort is gedaan met de toegekende tegemoetkoming.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante met de forfaitaire tegemoetkoming van €285 niet tekort is gedaan.