ECLI:NL:RBDHA:2022:12148
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing nieuwe aanvraag bijstandsuitkering na eerdere intrekking wegens onbekende geldstromen
Eiser ontving sinds 2009 een bijstandsuitkering die in februari 2020 werd ingetrokken na een fraudemelding en onderzoek waaruit bleek dat derden zijn vaste lasten betaalden zonder dat hij hierover informatie verstrekte. Eiser diende in juni 2020 een nieuwe aanvraag in, die het college afwees wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.
De rechtbank oordeelt dat het college de eerdere intrekking bij de beoordeling mocht betrekken omdat het intrekkingsbesluit van kracht was en niet geschorst. Eiser kon niet aantonen dat zijn situatie sinds de intrekking was gewijzigd; verklaringen over toekomstige veranderingen waren onvoldoende en niet onderbouwd met objectief bewijs.
Ook het beroep dat het college de bijzondere individuele omstandigheden niet had meegewogen, wordt verworpen op grond van vaste rechtspraak. Het verzoek om vergoeding van proceskosten en immateriële schade wordt afgewezen omdat het besluit niet onrechtmatig werd herroepen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de afwijzing van de bijstandsaanvraag. Eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter A.J. van der Ven op 12 september 2022.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep en het verzoek om schadevergoeding af en handhaaft de afwijzing van de bijstandsaanvraag.