ECLI:NL:RBDHA:2022:12152
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verlaging bezoldiging wegens ziekteverzuim langer dan 12 maanden zonder uitzonderingsgrond
Eiser is sinds 28 januari 2021 ziek gemeld vanwege een verstoorde relatie met een directe collega, [B]. Na advies van de afdeling Bijzondere Medische Beoordelingen heeft verweerder op grond van artikel 26, eerste lid, IBBAD de bezoldiging van eiser met 30% verlaagd wegens ziekteverzuim langer dan twaalf maanden. Eiser stelde dat zijn ziekte in overwegende mate werd veroorzaakt door buitensporige werkomstandigheden, namelijk intimidatie door collega [B], en dat verweerder onvoldoende had gedaan aan re-integratie.
De rechtbank overwoog dat de gedragingen van [B] weliswaar als intimidatie zijn aangemerkt, maar niet buiten proportie waren volgens de Gedragscode Defensie en de normen van de Nationale Ombudsman. Ook speelde de individuele gevoeligheid van eiser een belangrijke rol bij het ontstaan van zijn klachten. Er was geen objectief buitensporig karakter van de werkomstandigheden aangetoond.
Verder was het niet relevant of verweerder tekort was geschoten in het re-integratietraject, omdat de vraag centraal stond of de ziekte van eiser in overwegende mate door het werk werd veroorzaakt. Omdat eiser onvoldoende bewijs leverde voor het buitensporigheidsvereiste, faalde zijn beroep op de uitzonderingsgrond in artikel 26, vierde lid, IBBAD.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter D. Biever op 17 november 2022.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de verlaging van zijn bezoldiging wegens ziekteverzuim langer dan twaalf maanden wordt ongegrond verklaard.