ECLI:NL:CRVB:2014:2270
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.J.A. Kooijman
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bezoldiging wegens langdurige arbeidsongeschiktheid zonder buitensporige werkomstandigheden
Appellante was sinds 2002 in vaste dienst en viel in 2009 uit wegens psychische klachten. Het college verlaagde haar bezoldiging stapsgewijs tot 70% vanwege langdurige arbeidsongeschiktheid. Appellante voerde aan dat haar arbeidsongeschiktheid het gevolg was van pestgedrag en stress veroorzaakt door het college, waardoor zij recht had op volledige doorbetaling.
De Raad oordeelde dat de ongeschiktheid langer dan 24 maanden duurde, maar dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat sprake was van buitensporige werkomstandigheden zoals vereist in artikel 7:3, zesde lid, van de Arbeidsvoorwaardenregeling. De medische stukken bevestigden wel stressgevoeligheid, maar niet dat de werkomstandigheden objectief buitensporig waren.
Ook het verwijt dat het college onvoldoende meewerkte aan re-integratie leidde niet tot een ander oordeel. De Raad bevestigde daarom het besluit tot verlaging van de bezoldiging en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verlaging van de bezoldiging tot 70% wegens langdurige arbeidsongeschiktheid zonder dat sprake is van buitensporige werkomstandigheden.