ECLI:NL:CRVB:2006:AX3244
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanvulling WAO-uitkering wegens vermeende beroepsziekte en schending hoorplicht
Betrokkene, een senior inspecteur bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg, diende een verzoek in tot aanvulling van zijn WAO-uitkering op grond van vermeende beroepsziekte veroorzaakt door structurele onderbezetting en verhoogde werkdruk. De Minister wees dit verzoek af, waarna betrokkene bezwaar maakte en in eerste aanleg gelijk kreeg vanwege schending van de hoorplicht.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de Minister betrokkene niet heeft gehoord over een interne nota die van belang was voor het besluit, wat strijdig is met artikel 7:9 van Pro de Awb. De Raad oordeelt echter dat de werkdruk binnen de normale werkomstandigheden viel en dat er geen sprake is van een beroepsziekte zoals bedoeld in het Algemeen Rijksambtenarenreglement.
De Raad volgt de eerdere conclusie dat de arbeidsongeschiktheid hoofdzakelijk psychisch van aard is en dat betrokkene onvoldoende heeft aangetoond dat de werkomstandigheden buitensporig waren. Het hoger beroep van betrokkene wordt daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd, waarbij geen proceskosten worden toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd; geen aanvullende WAO-uitkering wegens beroepsziekte.