Uitspraak
[B], V-nummer: [v-nummer] (gemachtigde: mr. L.J. Blijdorp),
1.ECLI:NL:RVS:2022:94.
pijler 1). Tijdens het nader gehoor zijn er nauwelijks vragen gesteld over haar kennis over het geloof en de bijbel (
pijler 2). In het bestreden besluit is hier ook onvoldoende op ingegaan. Ook is over de activiteiten rond het geloof nauwelijks een inhoudelijke overweging gemaakt (
pijler 3). Eiseres verwijst naar de uitspraak van de ABRvS van 12 mei 20212 waaruit volgt dat verweerder kenbaar moet motiveren hoe de verklaringen worden gewogen over alle drie de pijlers. In een vergelijkbare zaak van de rechtbank Den Haag, van 27 januari 20213 heeft de rechtbank geoordeeld dat verweerder in die zaak onvoldoende alle drie de pijlers heeft betrokken bij zijn beoordeling. Verder verwijst eiseres naar twee uitspraken van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Den Bosch , van 29 oktober 2021 en 26 oktober 2021.4
2.ECLI:NL:RVS:2021:977.
kennis) en 3 (
activiteiten) kenbaar betrokken en de drie pijlers tegen elkaar afgewogen.
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit, wat betreft de beoordeling van het relevante element afstand nemen van de islam en het gevaar bij terugkeer naar Iran in verband met de afvalligheid en bekering;
- draagt verweerder op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.138,50.