ECLI:NL:RBDHA:2022:12505
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag EU-verblijfsvergunning langdurig ingezetene wegens verblijfsgat
Eiseres, van Russische nationaliteit, had sinds 2015 rechtmatig verblijf in Nederland op basis van een verblijfsvergunning bij partner. Na het verbreken van haar relatie vroeg zij in 2019 een humanitaire verblijfsvergunning aan, die werd afgewezen, zonder dat zij hiertegen rechtsmiddelen aanwendde. Hierdoor ontstond een verblijfsgat van 4 tot 13 november 2020.
Eiseres diende op 4 maart 2021 een aanvraag in voor een EU-verblijfsvergunning langdurig ingezetene, die werd afgewezen omdat zij niet onafgebroken vijf jaar rechtmatig in Nederland verbleef. Zij voerde aan dat verweerder onzorgvuldig handelde door niet te reageren op haar stukken over een nieuwe partner en dat sprake was van bijzondere omstandigheden, waaronder het evenredigheidsbeginsel.
De rechtbank oordeelde dat eiseres geen rechtmatig verblijf had in de periode 4-13 november 2020 omdat zij geen rechtsmiddel had aangewend tegen het eerdere besluit. Verweerder had geen verplichting om contact op te nemen over het verblijfsgat. De rechtbank vond de periode van tien dagen te kort om bijzondere omstandigheden aan te nemen en wees het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een EU-verblijfsvergunning langdurig ingezetene wordt ongegrond verklaard vanwege een verblijfsgat en het ontbreken van bijzondere omstandigheden.