Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder
: Gemeente Den Haag, vergunninghoudster.
Rechtbank Den Haag
De Rechtbank Den Haag behandelde het beroep van diverse bewoners- en natuurorganisaties tegen de omgevingsvergunningen voor het kappen van 108 bomen ten behoeve van de herinrichting van het traject van tramlijn 16 in het Staten- en Zeeheldenkwartier.
De vergunningen waren verleend om het tracé aan te passen voor bredere lagevloertrams en toegankelijke halteperrons, noodzakelijk vanwege bevolkingsgroei en mobiliteitsbehoefte. Uit ecologisch onderzoek en boomeffectanalyses bleek dat verplanting niet mogelijk was en kap onvermijdelijk.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de belangenafweging rechtmatig was gemaakt en dat de kap noodzakelijk was, behalve voor drie bomen langs het tracé van lijn 16Z die behouden konden blijven. Voor deze bomen werd de vergunning vernietigd en het besluit herroepen. Voor de overige bomen bleef de vergunning in stand, mede omdat compensatie door herplanting plaatsvindt.
Het beroep werd deels gegrond verklaard, het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en het betaalde griffierecht aan eisers vergoed. De rechtbank benadrukte de zorgvuldige belangenafweging en het belang van de OV-transitie boven het behoud van de bomen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard voor drie bomen die behouden kunnen blijven, het bestreden besluit wordt voor deze bomen vernietigd, voor de overige bomen wordt het beroep ongegrond verklaard.