ECLI:NL:RBDHA:2022:12694
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op terugnameverzoek en toepassing artikel 17 Dublinverordening in vreemdelingenzaak
Eiseres, met de Nigeriaanse nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening.
De rechtbank oordeelt dat het terugnameverzoek aan Duitsland niet onvolledig is, ondanks het feit dat eiseres recent een zoon heeft gekregen wiens vader verblijfsrecht in Nederland heeft. Er is geen sprake van toepassing van de specifieke bepalingen van de Dublinverordening die gezinsleden in hetzelfde land houden, noch is gebleken van een duurzame en exclusieve relatie tussen eiseres en haar partner.
Artikel 17 van Pro de Dublinverordening, dat bijzondere omstandigheden kan rechtvaardigen om een aanvraag aan zich te trekken, is niet van toepassing omdat eiseres geen concrete belangen van haar kinderen heeft onderbouwd en de erkenning van het ongeboren kind onvoldoende is.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.