Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Syrische nationaliteit, diende op 28 juni 2022 een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid weigerde de aanvraag in behandeling te nemen omdat Bulgarije verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. Eiser stelde dat Bulgarije zich schuldig maakt aan pushbacks en slechte opvang, waardoor het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt en hij risico loopt op schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro.
De rechtbank overwoog dat hoewel pushbacks in Bulgarije op aanzienlijke schaal voorkomen, er geen concrete aanwijzingen zijn dat Dublin-terugkeerders zoals eiser het reële risico lopen op pushbacks naar derde landen zonder asielprocedure. Ook is de situatie van Dublin-terugkeerders anders dan die van illegale grensoverschrijders. De rechtbank achtte het interstatelijk vertrouwensbeginsel hier van toepassing.
Verder concludeerde de rechtbank dat de opvangomstandigheden en toegang tot rechtsbijstand in Bulgarije niet zodanig zijn dat eiser geen bescherming kan verwachten. Eiser had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat klagen bij Bulgaarse autoriteiten zinloos is. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris bekrachtigd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.