Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter van 5 december 2022 in de zaak tussen
[verzoeker 1] ,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
wanneerverweerder de mvv dient af te geven, volgt de voorzieningenrechter niet. Immers, in artikel 2r, eerste lid, van de Vw staat het volgende:
Dat volgens verweerder in de Vw ook niet is bepaald dat de nareismaatregel
nietmag, betekent niet dat die maatregel rechtmatig is. De voorzieningenrechter is het eens met het standpunt van verzoekers dat die maatregel in strijd is met meerdere bepalingen uit de Gezinsherenigingsrichtlijn. Dat oordeel licht de voorzieningenrechter hieronder toe.
Zodrahet verzoek om gezinshereniging is aanvaard, staat de betrokken lidstaat het gezinslid of de gezinsleden de toegang toe. Daartoe biedt de betrokken lidstaat die personen alle medewerking bij het verkrijgen van de benodigde visa.”
zodrahet verzoek om gezinshereniging is aanvaard. Door het feitelijk kunnen verkrijgen van toegang afhankelijk te stellen van het verkrijgen van geschikte huisvesting door de referent en daaraan een wachttermijn van zes maanden te verbinden, geeft lidstaat Nederland bovendien geen blijk van het verlenen van
alle medewerkingaan de betrokken gezinsleden bij het verkrijgen van de benodigde visa, zoals de tweede volzin van het eerste lid, van artikel 13 van Pro de Gezinsherenigingsrichtlijn voorschrijft.
Artikel 12, eerste lid, van de Gezinsherenigingsrichtlijn bepaalt dat de vereisten van artikel 7 van Pro de Gezinsherenigingsrichtlijn voor toegelaten vluchtelingen en hun gezinsleden niet kunnen worden gesteld. Daaronder valt ook het huisvestingsvereiste, zoals neergelegd in artikel 7, eerste lid, onder a, van de Gezinsherenigingsrichtlijn.