ECLI:NL:RBDHA:2023:6329
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf voor gezinshereniging met statushouder bevestigd
Eisers, allen Turkse staatsburgers en familieleden van een statushouder die in Nederland verblijft, verzochten om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor gezinshereniging. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond. Eisers stelden dat de Gezinsherenigingsrichtlijn gunstigere voorwaarden vereist en dat de belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro onjuist was.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris niet verplicht is gunstigere voorwaarden te hanteren bij reguliere mvv-aanvragen van statushouders en dat economische belangen meegewogen mogen worden. Voor de meerderjarige broer en zus van de referent was er geen meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie, en het contact kon op afstand worden voortgezet. Voor de moeder, ondanks het familieleven en asielomstandigheden, woog het economische belang eveneens zwaar.
De rechtbank concludeerde dat de belangenafweging niet onterecht in het nadeel van eisers is uitgevallen en dat verweerder conform zijn werkinstructies heeft gehandeld. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf voor gezinshereniging wordt ongegrond verklaard.