Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, is in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van artikel 59a van de Vreemdelingenwet 2000 vanwege een concreet aanknopingspunt voor overdracht volgens de Dublinverordening en een significant risico op onderduiken.
Eiser voerde meerdere beroepsgronden aan, waaronder het ontbreken van een juridische grond in de maatregel, het verschil tussen 'significant risico' en 'risico', en de onvoldoende individuele toespitsing van de gronden. De rechtbank oordeelt dat artikel 28 van Pro de Dublinverordening als objectief criterium geldt en rechtstreeks werking heeft, waardoor de maatregel niet onrechtmatig is.
Verder is de maatregel voldoende gemotiveerd en is de individuele beoordeling van het risico op onderduiken adequaat. De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken die bevestigen dat het Detentiecentrum Rotterdam voldoet aan de wettelijke eisen en dat de tenuitvoerlegging van de maatregel niet in strijd is met Unierecht.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.