ECLI:NL:RBDHA:2022:13147
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen feitelijke uitzetting naar Bulgarije
Verzoeker, met de Bulgaarse nationaliteit, is ongewenst verklaard en het verblijfsrecht is beëindigd vanwege ernstige bedreigingen voor de samenleving, waaronder strafrechtelijke veroordelingen. Na eerdere onherroepelijke besluiten tegen verzoeker is hij op 24 november 2022 geïnformeerd over zijn uitzetting op 26 november 2022. Hij verzocht om een voorlopige voorziening om de uitzetting te voorkomen totdat op zijn bezwaar is beslist.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het bezwaar zich beperkt tot de wijze van tenuitvoerlegging van de uitzetting en dat verzoeker geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die de rechtmatigheid van de uitzetting ter discussie stellen. Verweerder heeft gemotiveerd dat de actuele dreiging nog steeds bestaat, ondanks positieve gedragsveranderingen en het ontbreken van een sociaal netwerk of vaste woonplaats.
Verzoeker heeft geen verzoek tot opheffing van de ongewenstverklaring ingediend. Er is ook geen sprake van een situatie zoals bedoeld in het Bahaddar-arrest die een uitzondering zou kunnen vormen. Daarom heeft het verzoek geen redelijke kans van slagen en wordt het afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de uitzetting naar Bulgarije wordt afgewezen.