ECLI:NL:RBDHA:2022:1804
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging rechtmatig verblijf en ongewenstverklaring wegens bedreiging openbare orde
Eiser, een Bulgaarse nationaliteit dragende vreemdeling, had zijn rechtmatig verblijf in Nederland beëindigd gekregen en werd ongewenst verklaard door verweerder vanwege een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging voor de openbare orde. Dit besluit werd genomen op basis van meerdere onherroepelijke strafrechtelijke veroordelingen, waaronder een recente gevangenisstraf voor bedreiging, poging tot zware mishandeling en vuurwapenbezit.
Eiser voerde aan dat hij langer dan zeven jaar onafgebroken in Nederland zou verblijven en dat de toepassing van een andere glijdende schaal in bezwaar in strijd was met het verbod op reformatio in peius. Tevens betwistte hij dat hij een actuele bedreiging vormde en stelde dat het besluit in strijd was met artikel 8 EVRM Pro, gezien zijn sociale en arbeidsmatige banden in Nederland.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij onafgebroken verblijf had en dat verweerder terecht uitging van een verblijfsduur van minder dan drie jaar. De toepassing van de glijdende schaal was correct en niet in strijd met het verbod op reformatio in peius. De rechtbank vond dat verweerder de belangenafweging onder artikel 8 EVRM Pro zorgvuldig had gemaakt, waarbij het zwaarder wegen van de openbare orde en de banden met Bulgarije gerechtvaardigd was.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigde zij de beëindiging van het rechtmatig verblijf en de ongewenstverklaring van eiser.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van zijn rechtmatig verblijf en ongewenstverklaring wordt bevestigd.