ECLI:NL:RBDHA:2022:13199
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tozo-voorschot terecht teruggevorderd wegens alimentatie als inkomen
Eiser, een alleenstaande met drie minderjarige kinderen, vroeg in 2020 twee keer inkomensondersteuning aan op grond van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo). Verweerder wees beide aanvragen af en vorderde de aan eiser verstrekte voorschotten terug, omdat de alimentatie-inkomsten hoger waren dan de bijstandsnorm.
Eiser voerde aan dat kinderalimentatie niet als inkomen had moeten worden meegeteld en dat zijn ex-partner de alimentatie te laat betaalde. De rechtbank stelde vast dat zowel partner- als kinderalimentatie als inkomen gelden volgens vaste jurisprudentie en dat eiser dit bedrag ook zelf had opgegeven op het aanvraagformulier.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen toezeggingen of gedragingen van verweerder waren die anders deden vermoeden. Ook was niet aannemelijk dat de alimentatie te laat werd betaald. De terugvordering van € 3.405,66 werd als terecht beoordeeld, mede omdat eiser een terugbetalingsregeling was overeengekomen en geen dringende redenen had om kwijtschelding te rechtvaardigen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter M. van Paridon op 7 december 2022.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de terugvordering van Tozo-voorschotten wordt ongegrond verklaard.