ECLI:NL:RBDHA:2022:13270
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublin-verordening en mensenhandel
Eiseres, met de Nigeriaanse nationaliteit, diende een asielaanvraag in Nederland in, die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling werd genomen omdat Italië verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublin-verordening. Eiseres stelde dat zij ten onrechte geen bedenktijd kreeg om te beslissen over het doen van aangifte van mensenhandel, en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Italië niet langer geldt vanwege rapporten over de situatie daar.
De rechtbank overwoog dat het arrest O.T.E. bevestigt dat een overdrachtsbesluit tijdens de bedenktijd mag worden vastgesteld, mits het niet wordt uitgevoerd zonder bedenktijd. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel blijft van toepassing op Italië, en eiseres had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij een reëel risico loopt op onmenselijke behandeling. Ook haar stelling van bijzondere kwetsbaarheid wegens mensenhandel, psychische klachten en LHBTI-zijn werd niet onderbouwd met bewijs.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht het bestreden besluit nam en dat er geen bijzondere individuele omstandigheden zijn die overdracht aan Italië onevenredig hard maken. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.