ECLI:NL:RBDHA:2022:13310
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijk verklaring asielaanvraag wegens eerdere bescherming in Bulgarije afgewezen
Eiser, een Syrische nationaliteit, heeft in 2019 in Nederland een asielaanvraag gedaan nadat hij eerder in Bulgarije internationale bescherming had gekregen. Verweerder verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, omdat eiser reeds in Bulgarije een vluchtelingenstatus had.
Eiser stelde dat de situatie in Bulgarije sinds de eerdere beoordeling verslechterd is en dat hij een sterkere band met Nederland heeft vanwege zijn familie en vriendin. De rechtbank oordeelde echter dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat het vertrouwensbeginsel niet van toepassing is. De eerdere beschermingsstatus in Bulgarije weegt zwaar en de wetswijzigingen in Bulgarije hebben geen directe gevolgen voor zijn situatie.
Verder heeft de rechtbank geoordeeld dat verweerder niet verplicht was om ambtshalve te toetsen aan artikel 8 EVRM Pro, omdat de aanvraag als niet-ontvankelijk was afgewezen en de wetgever dit zo heeft bepaald. Eiser kan een reguliere aanvraag indienen om verblijf op grond van gezinsbanden te verkrijgen.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter M. Kraefft en griffier J.P. Ankum op 31 oktober 2022 te Haarlem.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.