ECLI:NL:RBDHA:2022:13447
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf familie- en gezinsleden wegens onvoldoende motivering belangenafweging
Eisers, ouders van een referent met een asielvergunning in Nederland, vroegen om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om als familieleden bij hem te verblijven. De staatssecretaris wees de aanvraag af op grond van een belangenafweging waarbij het economisch belang, de zelfstandigheid van de referent en het gebrek aan binding met Nederland zwaarder wogen dan het gezinsleven.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende inzichtelijk had gemaakt hoe de verschillende belangen werden gewogen en dat relevante elementen zoals de intensiteit van het gezinsleven, de objectieve belemmering om het gezinsleven in Pakistan uit te oefenen en medische klachten onvoldoende waren meegewogen. De belangenafweging was daarmee niet deugdelijk gemotiveerd.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en droeg de staatssecretaris op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, waarbij rekening moet worden gehouden met de uitspraak. Tevens werd de proceskostenvergoeding van €1.518,- aan eisers toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de belangenafweging.