ECLI:NL:RBDHA:2022:13498
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag vanwege Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser, een Syrische asielzoeker, diende op 9 februari 2022 een asielaanvraag in in Nederland. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Roemenië, waar eiser een geldig visum had, verantwoordelijk is voor de asielprocedure op grond van artikel 12, tweede lid van de Dublinverordening. Eiser betoogde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt vanwege systematische pushbacks in Roemenië, en dat Nederland als verantwoordelijke lidstaat moet worden aangemerkt. Tevens verzocht hij om aanhouding van de zaak in afwachting van prejudiciële vragen bij het HvJEU.
De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel in beginsel blijft gelden ten aanzien van Roemenië, zoals bevestigd door eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak. Eiser slaagde er niet in aannemelijk te maken dat hij persoonlijk risico loopt op pushbacks of dat het beginsel ondeelbaar is in deze context. De rechtbank zag geen reden om de prejudiciële vragen af te wachten of de procedure bij de Afdeling. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
De rechtbank wees tevens een proceskostenveroordeling af en maakte de uitspraak openbaar. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.